Pagina's

dinsdag 3 november 2009

Bij de bushalte

Vijf maanden ging ik bijna elke ochtend met de bus. Altijd op hetzelfde tijdstip. Bijna altijd dezelfde mensen. We knikten naar elkaar, wensten elkaar een "goedemorgen", verder niet. Mensen met wie je telkens weer een stukje van je dag deelt. Mensen die je niet kent, maar waar je wel een idee bij hebt.
Zo is daar de stoere jongen, altijd een grote koptelefoon op zijn hoofd. De verlegen man, die naar iedereen glimlacht maar niks zegt. De vriendelijke vrouw, altijd netjes gekleed, altijd op weg naar het station.

Vanochtend bij de bushalte. De verlegen man neemt uitbundig afscheid van zijn zoon die met de bus de andere kant op gaat. De vriendelijke vrouw begint spontaan tegen me te praten. Ze wijst naar mijn kruk en vraagt waarom nog steeds niet over is. Ik leg uit dat ik een versleten heup heb (de heup van een tachtigjarige die een actief leven heeft gehad) en dat het dus niet overgáat.

Zo hoort ze een klein stukje van mijn verhaal. Wat zou haar verhaal zijn?

1 opmerking: